Genesis 1

Genesis 1 gaat over de schepping van de wereld door God. God maakt het licht, de hemel, de aarde, de planten, de dieren en de mens. Alles wat God maakt, is goed. God maakt alles stap voor stap in zes dagen. Hij maakt de mens als man en vrouw, naar zijn beeld. Op de zevende dag rust God van zijn werk.

Het begin

1 1In het begin maakte God de hemel en de aarde.

Er is een verschil tussen hemel en lucht. De hemel is religieus/spiritueel. Dat is het paradijs waar God en de engelen zijn. De lucht is de atmosfeer, wat je ziet als je omhoog kijkt (wolken, blauw, grijs).

2De aarde was leeg en verlaten. Overal was water en alles was donker. En er waaide een hevige wind over het water.

waaide is de onvoltooid verleden tijd (OVT)van het werkwoord waaien.

Lees verder “Genesis 1” →

Psalm 13

1Een lied van David. Voor de zangleider.

Vergeet mij niet, Heer

2Heer, vergeet u mij voor altijd?

Hoe lang nog blijft u zich verbergen?

= Hoe lang blijft u verborgen?

3Hoe lang nog blijft mijn hart vol zorgen?

Hoe lang blijf ik dag en nacht verdrietig?

Het tegendeel van verdrietig is: blij, vrolijk, gelukkig

Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

4Heer, mijn God, zie mij en geef antwoord!

Comparatief
Ik ben sterk maar je bent sterker dan ik. Ik ben minder sterk dan jou.
Jan is de sterkste van de klas en Jos is de minst sterke van de klas.

= Geef mij antwoord.

Laat het weer licht worden om mij heen,

om mij heen → autour de moi (Franse vertaling)

laat mij niet sterven in het donker.

5Want dan zullen mijn vijanden zeggen:

“Hij heeft de strijd verloren!”

En ze zullen juichen over mijn dood.

Heer, ik vertrouw op u

6Heer, ik vertrouw op uw liefde.

Ik vertrouw op je = Ik vertrouw op jou.
Ik vertrouw op jou ≠ Ik vertrouw op jouw liefde.
Ik vertrouw op jij is een fout. Jij is niet het onderwerp.

het donker ≠ het licht

Ik zal juichen omdat u mij redt.

Ik zal voor u zingen,

want u bent goed voor mij.



Psalm 10

Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Waar bent u, Heer?

1 Waarom bent u zo ver weg, Heer?
Waarom verbergt u zich in moeilijke tijden?
2 Mensen die u niet trouw zijn,
onderdrukken mensen zonder macht.
Heer, laat slechte mensen zelf de pijn voelen
die ze anderen aandoen!

Niemand is veilig voor slechte mensen

3 Slechte mensen vinden zichzelf geweldig.
Ze zijn trots op hun rijkdom,
maar ze zijn rijk geworden door te stelen.
Intussen vervloeken ze de Heer,
ze zeggen: ‘Ik heb God niet nodig.’
4 Slechte mensen vinden zichzelf geweldig.
Ze denken: Er is geen God,
dus hij kan me ook niet straffen.

5Alles wat ze doen, gaat goed.
Gods oordeel vinden ze niet belangrijk,
en ze lachen om kritiek van andere mensen.
6 Ze denken: Ik ben sterk,
er zal met mij niets ergs gebeuren, nooit.

7Ze liegen en bedriegen,
ze zijn oneerlijk en gemeen.
8 Ze verbergen zich op stille plaatsen.
Daar kijken ze om zich heen
of ze onschuldige mensen kunnen doden.
De hele dag kijken ze rond
of ze iemand kunnen doodslaan.

9 Ze lijken op leeuwen, verstopt in de struiken,
klaar om andere dieren te vangen.
Zo vangen slechte mensen anderen,
zo vangen ze mensen zonder macht.
10 Ze duwen hen op de grond
en ze trappen hen dood.
11 Slechte mensen denken:
God let niet op.
Hij kijkt niet, hij ziet niets.

De Heer helpt altijd

12 Kom, Heer, en help!
Vergeet zwakke en arme mensen niet.
13 Hoe kan het toch
dat slechte mensen geen eerbied voor u hebben?
Hoe kan het toch dat ze zeggen:
‘God straft ons niet’?

14 Maar u bent niet blind, God.
U ziet alle ellende en al het verdriet,
en u wilt altijd helpen.
U bent een steun voor mensen zonder macht,
u beschermt mensen voor wie niemand zorgt.

15 Stop de macht van slechte mensen.
Straf hen, totdat er geen kwaad meer is.
16 Want u bent koning voor eeuwig en altijd.
Mensen die u niet willen dienen,
jaagt u weg uit uw land.

17 Heer, u hoort wat arme mensen vragen.
U hoort ze, u geeft ze kracht.
18 U beschermt mensen die onderdrukt worden,
u helpt mensen voor wie niemand zorgt.
Niemand kan hen uit uw land wegjagen.

Psalm 1

Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Twee manieren van leven

1Gelukkig is iemand die niet luistert naar slechte mensen,
die nee zegt tegen hun verkeerde plannen.
Als slechte mensen spotten met God,
doet hij niet mee.
2Maar hij is blij met de wet van de Heer.
Daar is hij dag en nacht mee bezig.

3Het gaat altijd goed met hem.
Hij lijkt op een boom aan het water.
De boom geeft vruchten,
ieder jaar opnieuw,
en zijn bladeren blijven altijd groen.

4Met slechte mensen gaat het heel anders.
Zij zullen verdwijnen,
zoals stof dat wegwaait in de wind.
5Als God rechtspreekt,
blijft er niets van hen over.
Ze horen niet bij het volk van God.

6De Heer beschermt mensen die leven zoals hij het wil.
Maar met slechte mensen loopt het verkeerd af.

Psalm 23

Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

1Een lied van David.

De Heer zorgt voor mij


De Heer zorgt voor mij,
zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Hij geeft me alles wat ik nodig heb.

2-3Hij leidt mij,
zoals een herder zijn schapen leidt
naar groen gras en fris water.
Bij de Heer ben ik veilig,
hij geeft mij nieuwe kracht,
zo goed is hij.

4Ik ben niet bang,
ook al is er gevaar,
ook al is het donker om mij heen.
Want u bent bij mij, Heer.
U beschermt me,
u geeft mij moed.

5U nodigt mij uit in uw tempel.
U zorgt goed voor mij.
U geeft me te eten en te drinken,
meer dan genoeg.
En al mijn vijanden kunnen dat zien.

6U geeft me geluk en liefde,
altijd en overal.
Ik zal bij u zijn in uw tempel,
mijn hele leven lang.