Lucas 15 gaat over mensen die verloren zijn en weer gevonden worden. Jezus vertelt drie verhalen: het verloren schaap, de verloren munt en de verloren zoon. Met deze verhalen laat Jezus zien dat God blij… Meer
Blog
De tweede brief aan de christenen in Tessalonica (1:1-10)

Begin van de brief
Paulus groet de christenen in Tessalonica
1 1Dit is een brief van Paulus, Silvanus en Timoteüs aan de christenen in de stad Tessalonica.
Jullie horen bij God, onze Vader, en bij de Heer Jezus Christus.
2Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven.
Paulus dankt God
3Vrienden, ik dank God altijd voor jullie. Ik kan niet anders, want er is een goede reden voor. Jullie geloof wordt namelijk steeds sterker, en jullie gaan steeds meer van elkaar houden.
4Ik spreek in alle kerken vol trots over jullie. Want jullie houden het vol om te blijven geloven, ook al worden jullie vervolgd en ook al zijn jullie in moeilijkheden.
Houd vol tot de Heer komt
De Heer komt om recht te spreken
5God heeft besloten dat jullie het waard zijn om bij zijn nieuwe wereld te horen. En jullie laten zien dat dat een juist besluit is. Want jullie houden vol, ook nu jullie moeten lijden voor zijn nieuwe wereld.
6God straft en beloont mensen op een eerlijke manier. Hij zal jullie onderdrukkers straffen. 7En hij zal jullie die nu onderdrukt worden samen met mij bevrijden uit alle moeilijkheden.
Dat zal gebeuren op de dag dat de Heer Jezus terugkomt uit de hemel. Hij komt met zijn leger van engelen 8en met een groot vuur. Dan zal hij de mensen straffen die God niet kennen en het goede nieuws over onze Heer Jezus niet willen geloven. 9Die mensen worden gestraft met eeuwige pijn, ver weg van de Heer en zijn grote macht.
10Op die dag komt de Heer om geëerd en bewonderd te worden door de mensen die bij hem horen. Dat zijn alle mensen die zijn gaan geloven. Daar horen jullie ook bij, want jullie geloven wat ik aan jullie verteld heb.
Marcus 1
Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Johannes de Doper
Johannes begint met zijn werk
11Hier begint het goede nieuws over Jezus Christus, de Zoon van God. 2In het boek Jesaja staan deze woorden van God: “Ik stuur mijn boodschapper vooruit. Hij moet de weg vrijmaken. 3Hij roept in de woestijn: Opzij voor de Heer! Maak de weg klaar voor de Heer!” 4Die woorden gaan over Johannes de Doper. Hij leefde in de woestijn. Daar zei hij tegen de mensen: ‘Begin een nieuw leven en laat je dopen. Dan zal God je zonden vergeven.’ 5Alle mensen uit Judea en Jeruzalem kwamen naar Johannes toe. Ze zeiden: ‘We hebben spijt van alles wat we verkeerd gedaan hebben.’ En Johannes doopte hen in de rivier de Jordaan. 6Johannes liep in een jas van kameelhaar, en hij had een leren riem om. Hij leefde van sprinkhanen en honing.
komen : Ik kom morgen om 08:00 aan. De trein komt om 08:00 aan. Ik kom naar Johannes toe. Ik ben teruggekomen. Jezus komt uit Galilea.
lopen : ik liep, we liepen.
het leer (cuir in het Frans, leather in het Engels) : de leren jas, de leren riem.
leren is een onveranderlijk bijvoeglijk naamwoord wanneer het een materiaal aanduidt.
de leer : de leer van Jezus, de christelijke leer.
Onveranderlijke bijvoeglijke naamwoorden – Materialen
| leer | leren |
| goud | gouden |
| zilver | zilveren |
| hout | houten |
Jezus wordt door Johannes gedoopt.
7Johannes vertelde de mensen iets bijzonders. Hij zei: ‘Na mij komt iemand die veel machtiger is dan ik. Ik ben niet eens goed genoeg om zijn schoenen uit te trekken. 8Ik heb jullie gedoopt met water. Maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
Na mij ←→ Voor mij
Ik doop je (tegenwoordige tijd) ←→ Ik zal je dopen (toekomende tijd)
We dopen jullie ←→ We zullen jullie dopen
De schoenen uittrekken
Dopen: Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
9In die tijd kwam ook Jezus naar Johannes toe. Jezus kwam uit Nazaret, een plaats in Galilea. Hij werd door Johannes gedoopt in de Jordaan. 10Zodra Jezus weer uit het water kwam, zag hij dat de hemel openging. Uit de hemel kwam de Geest naar Jezus toe. Hij kwam naar beneden als een duif. 11En Gods stem klonk uit de hemel: ‘Jij alleen bent mijn Zoon. Mijn liefde voor jou is groot.’
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| de duif | de duiven |
| Ik blijf thuis | Jullie blijven thuis |
| Afstand | DE-woorden | HET-worden |
|---|---|---|
| dichtbij | deze | dit |
| verder weg | die | dat |
Jezus is veertig dagen in de woestijn
12Meteen stuurde de Geest Jezus naar de woestijn. 13Veertig dagen lang was Jezus in de woestijn. Satan probeerde hem te laten zondigen. Jezus leefde daar tussen de wilde dieren. Maar de engelen zorgden voor hem.
zondigen
Ik zondig, hij zondigt, wij zondigen
Jezus begint met zijn werk
Jezus vertelt het goede nieuws
14Toen Johannes de Doper gevangengenomen werd, ging Jezus terug naar Galilea.15Hij zij:’Gods nieuwe wereld is dichtbij. Geloof dat goede nieuws! Dit is het moment om je leven te veranderen.’
Iemand gevangennemen → Hij werd gevangengenomen.
Iemand pakken → De politie pakte hem, Hij paakte haar bij de arm.
Genitief
Gods nieuwe wereld
Romeo‘s en Julia‘s balkon
Koos‘ laptop
Maar het genitief met van komt vaker voor.
Jezus kiest zijn leerlingen uit
16Op een dag liep Jezus langst het Meer van Galilea. Daar zag hij twee broers: Simon en Andreas. Het waren vissers. Ze gooiden hun netten uit in het water. 17Jezus zei tegen hen:’Kom, ga met mij mee. Ik zal jullie leren om mensen te vangen in plaats van vissen.’ 18Meteen lieten Simon en Andreas hun netten liggen, en ze gingen met Jezus mee.
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| het net | de netten |
| de broer | de broers |
tegen iemand zeggen
Ik heb tegen hem gezegd: ‘Kom, we hebben geen tijd meer.’
lopen → liep → gelopen
ergens naartoe lopen → zijn
lopen als activiteit → hebben
| lopen (met zijn) | lopen (met hebben) |
|---|---|
| Ik ben naar het Meer van Galilea gelopen. | Gisteren heb ik vijf kilometer gelopen. |
| Ik ben naar huis gelopen. | Ik heb in het park gelopen. |
19Een eindje verder zag Jezus twee andere broers: Jakobus en Johannes. Hun vader heette Zebedeüs. Jakobus en Johannes zaten in hun boot netten te repareren. 20Toen Jezus hen riep, gingen ze met hem mee. Ze lieten hun vader met zijn arbeiders in de boot achter.
Jezus jaagt een kwade geest weg
21Jezus en zijn leerlingen gingen naar Kafarnaüm. Toen het sabbat was, gingen ze naar de synagoge. Daar Gaf Jezus de Mensen uitleg over God. 22De woorden van Jezus maakten diepe indruk. De mensen dachten: Hij spreekt als iemand met macht! Hij spreekt heel anders dan de wetsleraren.
23Opeens begon er in de synagoge iemand te schreeuwen. Het was een man die een kwade geest in zich had. 24Hij schreeuwde: ‘Jij daar, Jezus uit Nazareth! Laat me met rust! Je bent zeker gekomen om mij te vernietigen? Ik weet precies wie je bent. Jij bent gestuurd door God.’
25Maar Jezus zei streng tegen de kwade geest: ‘Stil! Ga weg uit die man.’ 26De kwade geest schudde de man door elkaar, schreeuwde hard en verdween.
27Iedereen was stomverbaasd. De mensen zeiden tegen elkaar: ‘Wat is hier aan de hand? Jezus vertelt ons nieuwe dingen over God. Hij spreekt met macht. Zelfs de kwade geesten doen wat hij zegt.’
28En het nieuws over Jezus werd al snel bekend in heel Galilea.
Jezus maakt zieken beter
29Toen Jezus en zijn leerlingen uit de synagoge kwamen, gingen ze naar het huis van Simon en Andreas. 30-31Jezus hoorde dat de schoonmoeder van Simon met koorts in bed lag. Hij ging naar haar toe. Hij pakte haar hand vast en hielp haar opstaan. Toen had ze meteen geen koorts meer. Ze ging eten klaarmaken voor Jezus en zijn leerlingen.
32-34’s Avonds laat, toen het donker was, kwamen alle inwoners van de stad naar Jezus toe. Ze hadden alle zieken meegenomen. En ook alle iedereen die een kwade geest in zich had. Jezus maakte veel mensen beter die allerlei verschillende ziektes hadden. Ook jaagde hij de kwade geesten weg uit de mensen. En hij zei tegen die kwade geesten: ‘Je mag aan niemand vertellen wie ik ben.’
Jezus reist door Galilea
Jezus reist verder
35’s Ochtends vroeg, toen het nog donker was, stond Jezus op en ging naar buiten. Hij liep naar een stille plek buiten de stad. Daar wilde hij bidden. 36Maar Simon en de andere leerlingen kwamen achter hem aan.
37Toen ze Jezus gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt u.’ 38Maar Jezus zei: ‘We gaan weer verder. Ik moet het goede nieuws ook op andere plaatsen in de buurt vertellen. Daarom ben ik op weg gegaan.’
Jezus wordt overal bekend
39Jezus reisde rond door heel Galilea. In alle synagogen vertelde hij het goede nieuws. En overal jaagde hij kwade geesten weg uit de mensen. 40Er kwam ook een man met een huidziekte bij Jezus. Hij knielde voor Jezus en vroeg hem om hulp. De man zei: ‘Als u wilt, kunt u mij beter maken.’
41Jezus had medelijden met de man. Hij raakte hem aan en zei: ‘Ik wil dat je beter wordt.’ 42Meteen werd de man beter. Zijn huidziekte was weg.
43Voordat Jezus de man liet gaan, waarschuwde hij hem. Hij zei: 44‘Denk erom, je mag aan niemand vertellen wat er gebeurd is.’ Ook zei hij: ‘Ga naar de tempel. Daar moet de priester vaststellen dat je beter bent. En je moet het offer brengen dat verplicht is volgens de wet van Mozes. Dan kunnen de mensen zien dat je echt beter bent.’
45Maar toen die man wegging, vertelde hij aan iedereen steeds weer wat er gebeurd was. Daardoor kon Jezus niet langer overal komen. Hij bleef op eenzame plaatsen. Maar zelfs daar kwamen de mensen van alle kanten naar hem toe.
Psalm 10
Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Waar bent u, Heer?
1 Waarom bent u zo ver weg, Heer?
Waarom verbergt u zich in moeilijke tijden?
2 Mensen die u niet trouw zijn,
onderdrukken mensen zonder macht.
Heer, laat slechte mensen zelf de pijn voelen
die ze anderen aandoen!
Niemand is veilig voor slechte mensen
3 Slechte mensen vinden zichzelf geweldig.
Ze zijn trots op hun rijkdom,
maar ze zijn rijk geworden door te stelen.
Intussen vervloeken ze de Heer,
ze zeggen: ‘Ik heb God niet nodig.’
4 Slechte mensen vinden zichzelf geweldig.
Ze denken: Er is geen God,
dus hij kan me ook niet straffen.
5Alles wat ze doen, gaat goed.
Gods oordeel vinden ze niet belangrijk,
en ze lachen om kritiek van andere mensen.
6 Ze denken: Ik ben sterk,
er zal met mij niets ergs gebeuren, nooit.
7Ze liegen en bedriegen,
ze zijn oneerlijk en gemeen.
8 Ze verbergen zich op stille plaatsen.
Daar kijken ze om zich heen
of ze onschuldige mensen kunnen doden.
De hele dag kijken ze rond
of ze iemand kunnen doodslaan.
9 Ze lijken op leeuwen, verstopt in de struiken,
klaar om andere dieren te vangen.
Zo vangen slechte mensen anderen,
zo vangen ze mensen zonder macht.
10 Ze duwen hen op de grond
en ze trappen hen dood.
11 Slechte mensen denken:
God let niet op.
Hij kijkt niet, hij ziet niets.
De Heer helpt altijd
12 Kom, Heer, en help!
Vergeet zwakke en arme mensen niet.
13 Hoe kan het toch
dat slechte mensen geen eerbied voor u hebben?
Hoe kan het toch dat ze zeggen:
‘God straft ons niet’?
14 Maar u bent niet blind, God.
U ziet alle ellende en al het verdriet,
en u wilt altijd helpen.
U bent een steun voor mensen zonder macht,
u beschermt mensen voor wie niemand zorgt.
15 Stop de macht van slechte mensen.
Straf hen, totdat er geen kwaad meer is.
16 Want u bent koning voor eeuwig en altijd.
Mensen die u niet willen dienen,
jaagt u weg uit uw land.
17 Heer, u hoort wat arme mensen vragen.
U hoort ze, u geeft ze kracht.
18 U beschermt mensen die onderdrukt worden,
u helpt mensen voor wie niemand zorgt.
Niemand kan hen uit uw land wegjagen.
Leesplan van de Bijbel in Gewone Taal
Bonjour,
Om mijn Bijbellezen te plannen, heb ik me een mooi PDF-leesplan gemaakt. Als je hieronder op de kleine afbeelding klikt, open je dit. Ik geef je ook de versie in .ods-formaat (LibreOffice). Je mag dit bestand ook downloaden en eventueel aanpassen.
Lees verder “Leesplan van de Bijbel in Gewone Taal”Nederlands leren met de Bijbel in Gewone Taal
Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Hallo iedereen,
Na tien jaar in Duitsland, ben ik op 1 september 2024 naar Nederland verhuisd. Mijn partner is Nederlands en zij wilde graag terugkeren naar het land van haar voorouders. Ik ben haar uit liefde gevolgd. Mijn moedertaal is Frans, maar ik beheers ook Engels en Duits. Ook al spreken de inwoners van Nederland heel goed Engels, hun nationale taal is het Nederlands. Iedereen die een sociaal leven wil hebben, moet deze taal leren.
Lees verder “Nederlands leren met de Bijbel in Gewone Taal”Is de Bijbel het eerste boek verspreid onder een vrije licentie?
Hallo iedereen,
Vijftien jaar geleden ontdekte ik Linux Ubuntu, een vrij besturingssysteem dat ik op mijn computer in plaats van Windows XP heb geïnstalleerd. Ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze. Het heeft altijd goed gewerkt. En ik vind het prima software te kunnen gebruiken waarvan de broncode voor iedereen toegankelijk is. Dat is niet het geval bij Windows of Apple. Hun besturingssystemen zijn altijd afgesloten.
Lees verder “Is de Bijbel het eerste boek verspreid onder een vrije licentie?”Psalm 1
Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Twee manieren van leven
1Gelukkig is iemand die niet luistert naar slechte mensen,
die nee zegt tegen hun verkeerde plannen.
Als slechte mensen spotten met God,
doet hij niet mee.
2Maar hij is blij met de wet van de Heer.
Daar is hij dag en nacht mee bezig.
3Het gaat altijd goed met hem.
Hij lijkt op een boom aan het water.
De boom geeft vruchten,
ieder jaar opnieuw,
en zijn bladeren blijven altijd groen.
4Met slechte mensen gaat het heel anders.
Zij zullen verdwijnen,
zoals stof dat wegwaait in de wind.
5Als God rechtspreekt,
blijft er niets van hen over.
Ze horen niet bij het volk van God.
6De Heer beschermt mensen die leven zoals hij het wil.
Maar met slechte mensen loopt het verkeerd af.
Psalm 23
Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
1Een lied van David.
De Heer zorgt voor mij
De Heer zorgt voor mij,
zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Hij geeft me alles wat ik nodig heb.
2-3Hij leidt mij,
zoals een herder zijn schapen leidt
naar groen gras en fris water.
Bij de Heer ben ik veilig,
hij geeft mij nieuwe kracht,
zo goed is hij.
4Ik ben niet bang,
ook al is er gevaar,
ook al is het donker om mij heen.
Want u bent bij mij, Heer.
U beschermt me,
u geeft mij moed.
5U nodigt mij uit in uw tempel.
U zorgt goed voor mij.
U geeft me te eten en te drinken,
meer dan genoeg.
En al mijn vijanden kunnen dat zien.
6U geeft me geluk en liefde,
altijd en overal.
Ik zal bij u zijn in uw tempel,
mijn hele leven lang.





