Op een ochtend, terwijl Saraï en Abram over het strand liepen, kwam er langzaam een demon uit het water. Vermomd als een verleidelijk wezen vroeg hij aan de twee leerlingen van de Eeuwige :
‒ Waarom eten jullie niet het fruit van de heilige boom die midden in de tuin der lusten staat?
‒ Omdat de Eeuwige ons heeft gezegd dat zijn vlees de dood in zich draagt, antwoordden de oemanen.
Bij deze woorden begon de demon te grinniken. Toen zei hij:
‒ Dat is niet waar. Hij heeft jullie voorgelogen. Niet alleen zullen jullie niet sterven, maar jullie ogen zullen geopend worden. Jullie zullen zoals Hij zijn. Jullie zullen het verschil kennen tussen goed en kwaad. Kom, wees niet bang. Ik zal jullie naar de boom brengen die jullie tot oemane goden zal maken.
Betoverd door deze machtige belofte volgde het paar het wezen zonder enige weerstand te bieden. Ze bereikten het hart van de tuin der lusten, daar waar de heilige boom groeide. Met één klap van zijn klauw hakte de demon de steeltjes van twee vruchten af die, in plaats van op de grond te vallen, voor de mond van Saraï en Abram begonnen te zweven. De schil van deze vruchten, waarvan de schoonheid magnetisch was, deed ze lijken op edelstenen. Het Oemaan stel beet er zonder aarzeling in. Meteen veranderde hun bewustzijn, terwijl de demon, in een lugubere lach, vloeibaar werd en via een klein beekje terugkeerde naar de oceaan. Het vrouwtje en het mannetje werden plotseling bewust van hun naaktheid. Ze waren verbaasd dat ze zich ervoor schaamden. Ze bedekten hun geslachtsdelen met bladeren die ze van de takken van de heilige boom hadden gerukt. Toen ze de Eeuwige hoorden naderen, wiens hart overliep van verdriet en wanhoop, werden ze bang en renden ze weg om zich diep in het eiland te verbergen, op de flanken van de vulkaan.
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| de torn | la colère |
| over het strand | sur la plage |
| zich vermommen | se déguiser (pour ne pas être reconnu) |
| zich verkleden | se déguiser (pour faire la fête) |
| verleidelijk | séduisant |
| het wezen | la créature |
| de tuin der lusten | le jardin des délices |
| grinniken | ricaner, glousser |
| liegen, voorliegen (voorgelogen) | mentir |
| goed en kwaad. | le bien et le mal |
| betoverd door deze machtige belofte | envoûté par cette puissante promesse |
| de belofte | la promesse |
| het geloof | la foi |
| geloven | croire |
| gelovig | croyant |
| de geliefde | l’être aimé |
| de weerstand | la résistance |
| bereiken | atteindre |
| met een klap van zijn klauw | d’un coup de griffe |
| afhakken | sectionner |
| het steeltje | la (petite) tige |
| zweven (zweeft, zweefde, gezweefd | flotter |
| de schil van deze vruchten | la peau de ces fruits |
| bijten (bijt, beet, gebeten) | mordre |
| de beek, het beekje | le ruisseau |
| het vrouwtje en een mannetje | la femelle et le mâle |
| plotseling | soudain |
| de naaktheid | la nudité |
| zich schamen voor | avoir honte de |
| de geslachtsdelen bedekken | couvrir les parties géntales |
| rukken van | arracher de |
| naderen | s’approcher de, se rapprocher de, venir vers |
| het verdriet en de wanhoop | la tristesse et le désespoir |
| wiens | dont |
| overlopen van vreugde | déborder de joie |
| wegrennen | s’enfuir |
Maar God vond hen terug en vroeg hun, met tranen in de ogen :
‒ Waarom verbergen jullie je?
‒ Omdat we bang zijn.
‒ Waarvoor zijn jullie bang? Hebben jullie dan van de vrucht van de heilige boom geproefd?
‒ Ja… bekenden zij met zwakke stem.
Onmiddellijk barstte de vulkaan die het eiland domineerde uit. En God zei:
‒ Ongelukkigen die jullie zijn! Ik had jullie toch gezegd dat jullie niet van die vrucht moesten eten. Jullie lichaam kan haar niet verteren. Jullie zijn geen geesten, maar schepselen die uit materie zijn geboren. Jullie hebben ervoor gekozen je te laten verleiden door Volgor, een aartsengel die ik uit de hemel heb verdreven en die sindsdien in de diepten van de oceaan rondzwerft. Deze keuze bezegelt onze definitieve scheiding. Ik heb jullie vrij geschapen en verantwoordelijk voor jullie daden! Als jullie verkiezen dat jullie leven een weg wordt geplaveid met lijden en die naar de dood leidt, kan ik niets meer voor jullie doen. Vrouw, jouw cyclus zal die van het bloed zijn en je zult in pijn baren. Man, jij zult de aarde moeten bewerken en moeten jagen om in je levensonderhoud en dat van je familie te voorzien. Geen enkel leed zal jullie bespaard blijven. Jullie zullen niet elke dag genoeg te eten hebben. Op de leeftijd van twintig jaar, als jullie dan nog in leven zijn, zal een aantasting van alle cellen van jullie lichaam beginnen. Deze verdorvenheid zal jullie na duizend jaar naar de dood leiden. Ik zal de buik van elk van jullie nakomelingen markeren met een litteken dat de navel wordt genoemd. Dit stigma zal van generatie op generatie worden doorgegeven. Het zal jullie er voortdurend aan herinneren dat jullie met de erfzonde zijn geboren. De vernietiging van het eiland Guénahim is begonnen. De vortex tussen de planeet Luminar-Tri en de andere wereld zal zich sluiten en daarna verdwijnen! En jullie, arme oemanen, neem zonder uitstel de weg die naar verlossing leidt. Vanaf nu kan niemand anders dan jullie zelf jullie redden! Jullie staan alleen tegenover het absolute kwaad.
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| Waarom verbergen jullie je? | Pourquoi vous cachez-vous? |
| proeven, proeven van | goûter, goûter à |
| onmiddelijk | immédiatement |
| De vulkaan barstte uit. | Le volcan est entré en éruption. |
| Plotseling barstte hij in lachen uit. | Soudain, il explosa de rire. |
| verteren | digérer |
| het schepsel (de schepselen) | la créature |
| verleiden (verleidde, verleid) | séduire, tenter |
| verdrijven (ik verdrijf, verdreef, verdreven) | chasser, expulser, faire fuir |
| sindsdien | depuis ce jour, depuis lors |
| rondzwerven | rôder, errer |
| Deze keuze bezegelt onze definitieve scheiding. | Ce choix scelle notre séparation défnitive. |
Nadat God deze woorden had uitgesproken, liet Hij de oemanen in een diepe slaap vallen. Toen zij wakker werden, merkten zij met ontzetting dat zij zich ver uit de kust bevonden, liggend op de bodem van een grote boot. Door de golven heen en weer geslingerd, dreigde deze elk moment uit elkaar te vallen. Met een angstaanjagend gedreun zonk het eiland Guénahim, volledig bedekt met gloeiende lava, weg in de oceaan. Toen het volledig was verzwolgen, werden de golven weer kalm. Een beklemmende stilte hulde de wereld.
Saraï en Abram knielden neer. Hun gezichten waren misvormd door tranen. De vrouw zei:
— Mijn God, mijn God! Wat hebben wij gedaan? Vergeef ons, Heer! Wij smeken U.
De man voegde eraan toe:
— Heer, almachtige God, heb medelijden met ons!
Maar het enige antwoord dat zij van de Eeuwige ontvingen, was stilte…
Zij dreven veertig dagen en veertig nachten rond zonder hun boot te kunnen sturen. Ze hadden noch roeispanen noch zeilen. Wanneer de storm opstak, werd hun fragiele bootje hevig door de golven heen en weer geslagen. Ze dronken het zoete water dat de hemel hun in veel te kleine hoeveelheden schonk en aten de enkele vissen die zij wisten te vangen. De huid van hun gezicht werd door de zon verbrand. Maar ondanks de oceaan die hen elk moment dreigde te verzwelgen, ondanks de lekken die ze niet meer konden dichten, verloren ze nooit hun geloof. Hun leven was veranderd in een voortdurend gebed tot de Eeuwige, een gebed dat beetje bij beetje hun ademhaling had vervangen. Zij vroegen Hem om vergeving en smeekten om zijn bescherming met een vurigheid die de Eeuwige raakte.

