Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Johannes de Doper
Johannes begint met zijn werk
1Hier begint het goede nieuws over Jezus Christus, de Zoon van God. 2In het boek Jesaja staan deze woorden van God: “Ik stuur mijn boodschapper vooruit. Hij moet de weg vrijmaken. 3Hij roept in de woestijn: Opzij voor de Heer! Maak de weg klaar voor de Heer!” 4Die woorden gaan over Johannes de Doper. Hij leefde in de woestijn. Daar zei hij tegen de mensen: ‘Begin een nieuw leven en laat je dopen. Dan zal God je zonden vergeven.’ 5Alle mensen uit Judea en Jeruzalem kwamen naar Johannes toe. Ze zeiden: ‘We hebben spijt van alles wat we verkeerd gedaan hebben.’ En Johannes doopte hen in de rivier de Jordaan. 6Johannes liep in een jas van kameelhaar, en hij had een leren riem om. Hij leefde van sprinkhanen en honing.
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| het goede nieuws | la bonne nouvelle |
| Ik stuur mijn boodschapper vooruit. | J’envoie mon messager devant toi. |
| de weg vrijmaken | libérer/dégager la route |
| de woestijn | le désert |
| opzijgaan | s’écarter |
| klaarmaken (Ik maak het ontbijt klaar.) | préparer (Je prépare le petit-déjeuner.) |
| zeggen (zei, gezegd) | dire |
| de zonde | le péché |
| vergeven (Je zonden worden/zijn vergeven.) | pardonner (Tes péchés sont pardonnés.) |
| Ik kom naar jou toe. | Je viens vers toi. |

