De tweede brief aan de christenen in Tessalonica (1:1-7)

Begin van de brief

Paulus groet de christenen in Tessalonica

1 1Dit is een brief van Paulus, Silvanus en Timoteüs aan de christenen in de stad Tessalonica.

Jullie horen bij God, onze Vader, en bij de Heer Jezus Christus.

2Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven.

Paulus dankt God

3Vrienden, ik dank God altijd voor jullie. Ik kan niet anders, want er is een goede reden voor. Jullie geloof wordt namelijk steeds sterker, en jullie gaan steeds meer van elkaar houden.

4Ik spreek in alle kerken vol trots over jullie. Want jullie houden het vol om te blijven geloven, ook al worden jullie vervolgd en ook al zijn jullie in moeilijkheden.

Houd vol tot de Heer komt

De Heer komt om recht te spreken

5God heeft besloten dat jullie het waard zijn om bij zijn nieuwe wereld te horen. En jullie laten zien dat dat een juist besluit is. Want jullie houden vol, ook nu jullie moeten lijden voor zijn nieuwe wereld.

6God straft en beloont mensen op een eerlijke manier. Hij zal jullie onderdrukkers straffen. 7En hij zal jullie die nu onderdrukt worden samen met mij bevrijden uit alle moeilijkheden.